Citaat | Gerechtshof 's-Hertogenbosch 24 september 2020
Onder 3.5.3 Gerechtshof 's-Hertogenbosch 24 september 2020
Een alinea uit Gerechtshof 's-Hertogenbosch 24 september 2020, ECLI:NL:GHSHE:2020:2940.
Anders dan het hof kennelijk met deze overweging mede tot uitdrukking heeft gebracht, kan niet worden aanvaard dat de rechter-commissaris aldus een discretionaire bevoegdheid heeft tot begrenzing van het aantal of de personen van de door hem te horen getuigen en de aan de getuigen te stellen vragen, laat staan dat sprake zou zijn van een bevoegdheid waarvan de uitoefening niet vatbaar zou zijn voor toetsing in hoger beroep (indien de bestreden beschikking van het hof zo zou moeten worden gelezen ). De rechter-commissaris in een voorlopig getuigenverhoor zal het horen van een door de verzoeker of wederpartij voorgebrachte getuige of het stellen van bepaalde vragen aan gehoorde of te horen getuigen, slechts mogen weigeren indien onder de gegeven omstandigheden de goede procesorde in verband met de bij zijn beslissing betrokken belangen zulks eist (vgl. HR 18 maart 2011, LJN BP0571, rov. 3.5.5.). Tot deze belangen behoren onder meer het, mede door art. 186 in verband met art. 166 Rv.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d4cbf64a27b13bd11fe2002131a7ebc4a04725d25faa1bd1375fc56584db2423. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d4cbf64a27b13bd11fe2002131a7ebc4a04725d25faa1bd1375fc56584db2423, en de alinea staat in dat document op bytes 114059 tot 115359.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/d4cbf64a27b13bd11fe2002131a7ebc4a04725d25faa1bd1375fc56584db2423 | shasum -a 256