Citaat | Gerechtshof 's-Hertogenbosch 24 september 2020

Onder 3.13.3. Gerechtshof 's-Hertogenbosch 24 september 2020

Een alinea uit Gerechtshof 's-Hertogenbosch 24 september 2020, ECLI:NL:GHSHE:2020:2940.

Het hof is voorts van oordeel dat de gewenste voortgang van het getuigenverhoor vanwege ‘de spoedeisendheid die doorgaans eigen is aan het voorlopig getuigenverhoor (vgl. HR 24 maart 1995, ECLI:NL:HR:1995:ZC1683, rov. 3.4.6)”( Zie HR 21 december 2018, ECLI:NL:HR:2018:2395 r.o. 3.8.2), derhalve als bestaansgrond van het appelverbod van artikel 188 lid 2 Rv, hier niet in discussie is. Dit omdat het gaat om het al dan niet volledig horen van bepaalde getuigen althans het hen stellen van voorgestane vragen, hetgeen juist kan worden opgevat als een deel weigering van het (initiële) verzoek in de zin van artikel 188 lid 2 Rv.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d4cbf64a27b13bd11fe2002131a7ebc4a04725d25faa1bd1375fc56584db2423. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d4cbf64a27b13bd11fe2002131a7ebc4a04725d25faa1bd1375fc56584db2423, en de alinea staat in dat document op bytes 116488 tot 117172.