Citaat | Gerechtshof 's-Hertogenbosch 24 september 2020

Onder 3.14.3. Gerechtshof 's-Hertogenbosch 24 september 2020

Een alinea uit Gerechtshof 's-Hertogenbosch 24 september 2020, ECLI:NL:GHSHE:2020:2940.

Bij afwijzing van het beroep op het verschoningsrecht betekent de uitvoerbaarverklaring bij voorraad, dat het getuigenverhoor kan worden voortgezet, ook als de getuige het er niet mee eens is. Dat kan tot pijnlijke situaties leiden, want de getuige wordt dan verplicht te verklaren terwijl hij of zij er zelf van overtuigd is dat die verplichting er niet is. In het ergste geval zou gijzeling kunnen volgen. Redres, als de rechter achteraf ongelijk blijkt te hebben, door de afgelegde verklaring uit te sluiten van het bewijs, is een wijze van herstel waaraan de getuige niets heeft. Het ingrijpen van hogerhand op de voet van art. 351 Rv zal altijd te laat komen. Buiten de gevallen dat er geen enkele kans bestaat dat de getuige het bij het rechte eind heeft, lijkt het dus verstandig te zijn die uitvoerbaarverklaring bij voorraad achterwege te laten en de getuige de gelegenheid te geven zijn visie aan de hogere rechter voor te leggen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d4cbf64a27b13bd11fe2002131a7ebc4a04725d25faa1bd1375fc56584db2423. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d4cbf64a27b13bd11fe2002131a7ebc4a04725d25faa1bd1375fc56584db2423, en de alinea staat in dat document op bytes 128115 tot 129183.