Citaat | Gerechtshof 's-Hertogenbosch 24 september 2020

Onder 3.6. Gerechtshof 's-Hertogenbosch 24 september 2020

Een alinea uit Gerechtshof 's-Hertogenbosch 24 september 2020, ECLI:NL:GHSHE:2020:2940.

Hierbij zij wel aangetekend dat [gepensioneerd belastingambtenaar] de enige is van de in de onderhavige procedure betrokken personen of partijen die ter zake de afwijzende beslissing ten aanzien van het door hem ingeroepen verschoningsrecht in beroep kan komen. Zie immers HR 30 januari 2004, ECLI:NL:HR:2004:AN8490: “3 .4.1 De hiertegen gerichte middelen strekken goeddeels ten betoge dat de Hoge Raad terugkomt van de hiervóór in 3.3.1 vermelde rechtspraak. Zij zijn in zoverre tevergeefs voorgesteld, omdat er geen grond is van die vaste rechtspraak terug te komen. Anders dan in onderdeel 1 van middel I wordt verondersteld, heeft de in die rechtspraak tot uitdrukking gebrachte regel dat niet een procespartij maar uitsluitend de getuige bevoegd is het oordeel van een hogere rechter in te roepen ter beoordeling van de vraag of zijn beroep op het verschoningsrecht terecht is afgewezen [vet, GHSHE] , niet slechts betrekking op het geval waarin (door de feitenrechter is vastgesteld dat) de betrokken procespartij geen eigen procesbelang erbij heeft dat de getuige zich op zijn verschoningsrecht beroept. De grondslag van het aan een beperkte groep van vertrouwenspersonen, onder wie advocaten, toekomende verschoningsrecht moet worden gezocht in een in Nederland geldend algemeen rechtsbeginsel dat meebrengt dat bij zodanige vertrouwenspersonen het maatschappelijk belang dat de waarheid in rechte aan het licht komt, moet wijken voor het maatschappelijk belang dat een ieder zich vrijelijk en zonder vrees voor openbaarmaking van het besprokene om bijstand en advies tot hen moet kunnen wenden. Indien het beroep op het verschoningsrecht van een vertrouwenspersoon door de rechter wordt afgewezen en de vertrouwenspersoon daartegen niet in hoger beroep komt, dan is daarmee gegeven dat voorrang toekomt aan het maatschappelijk belang dat de waarheid in rechte aan het licht komt, waarmee niet is te verenigen dat een procespartij in een dergelijk geval aan de hogere rechter zou mogen voorleggen dat een eigen (proces)belang van die partij niettemin zwaarder zou moeten wegen. In zoverre is het dan ook juist dat het hof, zoals hiervóór in 3.3.2 weergegeven, heeft overwogen dat het incident betreffende het beroep op het verschoningsrecht niet ertoe strekt de belangen van partijen in de hoofdzaak te dienen”.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d4cbf64a27b13bd11fe2002131a7ebc4a04725d25faa1bd1375fc56584db2423. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d4cbf64a27b13bd11fe2002131a7ebc4a04725d25faa1bd1375fc56584db2423, en de alinea staat in dat document op bytes 22739 tot 25213.