Citaat | Gerechtshof 's-Hertogenbosch 31 december 2020

Onder 4.7. Gerechtshof 's-Hertogenbosch 31 december 2020

Een alinea uit Gerechtshof 's-Hertogenbosch 31 december 2020, ECLI:NL:GHSHE:2020:4049.

De onderhavige procedure heeft onmiskenbaar een voldoende band (‘link’) met de strafzaak aangezien de sepotbeslissing ziet op het ten laste gelegde feit van het feitelijk leiding geven aan het opzettelijk doen van een onjuiste aangifte omzetbelasting over het 2e, 3e en 4e kwartaal 2008 op naam van [S BV] . Daarom strekt, gelet op het arrest van het EHRM van 23 oktober 2014 in de zaak van Melo Tadeu , het uit de sepotbeslissing voortvloeiende vermoeden van onschuld als bedoeld in artikel 6, lid 2, EVRM, zich in zoverre ook uit tot de procedure over de aansprakelijkstelling. Dit staat weliswaar niet eraan in de weg dat in laatstgenoemde procedure in het licht van een andere (lichtere) bewijslast en/of bewijslastverdeling en/of aanvullend bewijs andere feiten komen vast te staan dan in de strafzaak. mits de rechterlijke autoriteiten door hun optreden, de motivering van hun beslissing of de door hen gebruikte bewoordingen geen twijfel doen ontstaan over de juistheid van een vrijspraak of sepotbeslissing van hetgeen de verdachte in de strafzaak werd verweten.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/83ea85d6cdcea64240ca2ffb3ce1f1ea661f273d1790810c0d1b716887bf2ff7. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 83ea85d6cdcea64240ca2ffb3ce1f1ea661f273d1790810c0d1b716887bf2ff7, en de alinea staat in dat document op bytes 28995 tot 30209.