Citaat | Gerechtshof 's-Hertogenbosch 5 maart 2020

Onder 4.12. Gerechtshof 's-Hertogenbosch 5 maart 2020

Een alinea uit Gerechtshof 's-Hertogenbosch 5 maart 2020, ECLI:NL:GHSHE:2020:834.

Meer subsidiair heeft belanghebbende in de procedure voor het Hof ter zitting aangevoerd dat indien het Hof oordeelt dat bouwdeel B1 op zichzelf niet een vervaardigd goed is, de onroerende zaak als geheel – en dus niet alleen bouwdeel B1 – moet worden beoordeeld waarbij volgens belanghebbende dan sprake is van een vervaardigd goed (de complexbenadering). Voor het geval dat het Hof van oordeel is dat deze stelling niet slaagt, heeft belanghebbende verder de vraag opgeworpen of wellicht – en zoals het Hof begrijpt daarmee de stelling ingenomen dat – bouwdeel B1 dan in stukken moet worden ‘doorgeknipt’ en iedere afzonderlijke ‘unit’ als vervaardigd goed moet worden beschouwd (de unitbenadering). De Inspecteur heeft ter zitting aangegeven dat beide stellingen naar zijn mening als tardief moeten worden beschouwd.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fb8faed08e328522e5d53d30b7fbfa90f4d2746cbaf910ce5d521a7bff0b62a4. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fb8faed08e328522e5d53d30b7fbfa90f4d2746cbaf910ce5d521a7bff0b62a4, en de alinea staat in dat document op bytes 35418 tot 36267.