Citaat | Gerechtshof 's-Hertogenbosch 12 juni 2024

Onder 4.5. Gerechtshof 's-Hertogenbosch 12 juni 2024

Een alinea uit Gerechtshof 's-Hertogenbosch 12 juni 2024, ECLI:NL:GHSHE:2024:1921.

Het hof stelt voorop dat belanghebbende, vanwege haar [nationaliteit X] , een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd diende aan te vragen op grond van artikel 3.41 Vreemdelingenbesluit 2000 om te kunnen studeren aan de TU Delft. In dit artikel is als voorwaarde opgenomen dat de student is of zal worden ingeschreven aan een instelling voor – onder meer – het wetenschappelijk onderwijs. Tevens zijn door het Ministerie van Justitie voorwaarden gesteld aan de financiële solvabiliteit van de visumaanvrager; de student moet het collegegeld van het eerste jaar en de kosten van levensonderhoud van het eerste jaar kunnen betalen. Op grond hiervan heeft de TU Delft aan belanghebbende de voorwaarde gesteld dat zij voor het indienen van de aanvraag van de verblijfsvergunning een bedrag van € 23.760, bestaande uit het collegegeld (€ 13.560) en een bedrag voor de kosten van levensonderhoud (€ 10.200), diende over te maken. Zonder voldoening van dit bedrag zou de TU Delft de aanvraag voor een verblijfsvergunning niet bij de IND hebben ingediend.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/91cab7fe0e63f16ff5b97ec6dbd69cf17ada300167638b7282c14d347e0624cd. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 91cab7fe0e63f16ff5b97ec6dbd69cf17ada300167638b7282c14d347e0624cd, en de alinea staat in dat document op bytes 19543 tot 20614.