Citaat | Gerechtshof 's-Hertogenbosch 12 juni 2024

Onder 4.9. Gerechtshof 's-Hertogenbosch 12 juni 2024

Een alinea uit Gerechtshof 's-Hertogenbosch 12 juni 2024, ECLI:NL:GHSHE:2024:1921.

Alles overwegende is het hof van oordeel dat de betaling door belanghebbende op 22 mei 2015 niet strekte ter delving van een op dat moment openstaande schuld van het collegegeld maar als een depotstorting dient te worden aangemerkt. Het collegegeld was eerst verschuldigd door belanghebbende op het moment van de definitieve inschrijving, en die vond pas plaats nadat de verblijfsvergunning door de IND afgegeven was. Het hof acht aannemelijk dat de voldoening van het collegegeld heeft plaatsgevonden door verrekening op of omstreeks 11 september 2015. Niet in geschil is dat belanghebbende ten tijde van de verrekening op of omstreeks 11 september 2015 in Nederland binnenlands belastingplichtig is. Dit breng mee dat belanghebbende voor het bedrag van het betaalde collegegeld recht heeft op een aftrek van scholingsuitgaven.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/91cab7fe0e63f16ff5b97ec6dbd69cf17ada300167638b7282c14d347e0624cd. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 91cab7fe0e63f16ff5b97ec6dbd69cf17ada300167638b7282c14d347e0624cd, en de alinea staat in dat document op bytes 23902 tot 24807.