Citaat | Gerechtshof 's-Hertogenbosch 15 januari 2025

Onder 4.21. Gerechtshof 's-Hertogenbosch 15 januari 2025

Een alinea uit Gerechtshof 's-Hertogenbosch 15 januari 2025, ECLI:NL:GHSHE:2025:74.

De redelijke termijn is aangevangen op 22 maart 2019. Het hof doet heden uitspraak. Dit betekent dat inmiddels vijf jaar en bijna tien maanden zijn verstreken. In verband met de door het hof gestelde prejudiciële vragen dient de redelijke termijn te worden verlengd met de periode die begint op de dag na het verzenden van de tussenuitspraak (dus 7 maart 2024) en eindigt op de dag dat de Hoge Raad de prejudiciële vragen heeft beantwoord (in casu 27 september 2024). Dit betreft een periode van zes maanden en twintig dagen. Het vorenstaande betekent dat de redelijke termijn van vier jaar, zes maanden en twintig dagen, is overschreden met (afgerond) één jaar en vier maanden. Dit betekent dat belanghebbende recht heeft op een vergoeding voor immateriële schade van 3 x € 500 = € 1.500.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/5bfdbb41df0f9d2c36f5a6b4f6d2e40c50132544fac0bdfc33d34f03c8bf33d5. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 5bfdbb41df0f9d2c36f5a6b4f6d2e40c50132544fac0bdfc33d34f03c8bf33d5, en de alinea staat in dat document op bytes 30519 tot 31330.