Citaat | Gerechtshof 's-Hertogenbosch 25 maart 2025

Onder 6.1.3 Gerechtshof 's-Hertogenbosch 25 maart 2025

Een alinea uit Gerechtshof 's-Hertogenbosch 25 maart 2025, ECLI:NL:GHSHE:2025:813.

[appellante] baseert vordering II tot betaling van het legaatbedrag op artikel 4.1 Testament waarin erflater aan (ook) haar € 100.000,-- heeft gelegateerd. Met betrekking tot de vraag of de (omvang van de) nalatenschap van erflater per 8 december 2019 uitbetaling van het legaat toelaat, twisten partijen tevens over de hiervoor relevante (omvang van de) nalatenschap- [dochter] per 21 oktober 2018 en van de nalatenschap-moeder per 26 oktober 2009. Omdat [geïntimeerde 2] onder verwijzing naar artikel 4.4 Testament inroept dat de (omvang van de) nalatenschap van erflater uitbetaling van dat legaat niet toelaat, rust op [geïntimeerde 2] de stelplicht en bewijslast van dit bevrijdende verweer. Omdat [geïntimeerde 2] zich hiertoe heeft beroepen op de op 7 augustus 2020 als definitief gepresenteerde boedelbeschrijving per 8 december 2019 waarvan het hof al heeft vastgesteld dat die niet correct is, heeft het hof [geïntimeerde 2] op de voet van artikel 22 lid 1 Rv bevolen dat zij zoveel als mogelijk:

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4f731c19d2e9d99a20adefeb7f1ce17cc5da4be12b8c5d8be072b2efc2fb71cf. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4f731c19d2e9d99a20adefeb7f1ce17cc5da4be12b8c5d8be072b2efc2fb71cf, en de alinea staat in dat document op bytes 9680 tot 10715.