Citaat | Gerechtshof 's-Hertogenbosch 25 maart 2025

Onder 6.2.2 Gerechtshof 's-Hertogenbosch 25 maart 2025

Een alinea uit Gerechtshof 's-Hertogenbosch 25 maart 2025, ECLI:NL:GHSHE:2025:813.

Dit betreft een door [geïntimeerde 2] eerst bij memorie na tussenarrest opgeworpen nieuw verweer. Op grond van de artikelen 130 lid 1 jo. 353 lid 1 Rv en de tweeconclusieregel van artikel 347 lid 1 Rv mag [geïntimeerde 2] in hoger beroep alleen bij haar eerste memorie een dergelijk nieuw verweer voeren, maar hier is een uitzondering daarop gerechtvaardigd. De memorie van antwoord was immers al genomen vóórdat de beschikking van 11 april 2024 werd gegeven, zodat [geïntimeerde 2] dit verweer ook niet eerder heeft kunnen voeren en met dit nieuwe verweer aanpassing beoogt aan nieuwe ontwikkelingen. Bovendien weerspreekt [appellante] dit eerst na de memorie van antwoord opgeworpen verweer van [geïntimeerde 2] nadrukkelijk zonder bezwaar te maken tegen het tijdstip waarop dit verweer is opgeworpen, zodat [appellante] dit verweer ook als onderdeel van de rechtsstrijd heeft aanvaard. [appellante] wordt door dit nieuwe verweer ook niet in enig belang geschaad en dit komt ook overigens niet in strijd met de eisen van een goede procesorde.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4f731c19d2e9d99a20adefeb7f1ce17cc5da4be12b8c5d8be072b2efc2fb71cf. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4f731c19d2e9d99a20adefeb7f1ce17cc5da4be12b8c5d8be072b2efc2fb71cf, en de alinea staat in dat document op bytes 13365 tot 14428.