Citaat | Gerechtshof 's-Hertogenbosch 25 maart 2025

Onder 6.8.1 Gerechtshof 's-Hertogenbosch 25 maart 2025

Een alinea uit Gerechtshof 's-Hertogenbosch 25 maart 2025, ECLI:NL:GHSHE:2025:813.

Wat van die banksaldi verder ook zij, het hof komt reeds op grond van al het voorgaande tot de conclusie dat [geïntimeerde 2] niet heeft voldaan aan het op de voet van artikel 22 lid 1 Rv door het hof gegeven bevel tot het geven van de benodigde toelichtingen of verduidelijkingen en dat [geïntimeerde 2] voor de rechterlijke beslissing benodigde feiten heeft achtergehouden. Voor zover [geïntimeerde 2] meent voldoende aannemelijk te hebben gemaakt dat de nalatenschap van erflater in ieder geval negatief is, maakt dat deze conclusie niet anders en laat dat de niet-naleving van de verplichting om de voor de rechterlijke beslissing benodigde feiten volledig en naar waarheid aan te voeren onverlet. Vanwege de aard en de ernst van de door [geïntimeerde 2] geschonden verplichting zal het hof aan de stellingen en het bewijsaanbod van [geïntimeerde 2] voorbijgaan en vordering II tot betaling van het legaatbedrag aan [appellante] toewijzen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4f731c19d2e9d99a20adefeb7f1ce17cc5da4be12b8c5d8be072b2efc2fb71cf. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4f731c19d2e9d99a20adefeb7f1ce17cc5da4be12b8c5d8be072b2efc2fb71cf, en de alinea staat in dat document op bytes 31006 tot 31968.