Citaat | Hoge Raad 28 mei 1915
Alinea 32 Hoge Raad 28 mei 1915
Een alinea uit Hoge Raad 28 mei 1915, ECLI:NL:HR:1915:104.
Overwegende, dat derhalve, daar de vordering der eischeresse, waarvoor zij beslag onder de [verweerster] had gelegd, slechts fl. 50 .- bedroeg, het vonnis op de vordering tot het doen van verklaring gewezen, op zich zelf niet voor hooger beroep zou zijn vatbaar geweest, doch dat, nu bovendien werd gevorderd de vergoeding in het tweede lid van artikel 750 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering genoemd, de vordering waarover de Rechtbank had te oordeelen was eene vordering van onbepaalde waarde en dus hare uitspraak over die vordering aan hooger beroep onderworpen;
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ee0f7edd9f85b50369fc9a41841261127a32529f4810b5d2392e4bbb745d1ba5. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ee0f7edd9f85b50369fc9a41841261127a32529f4810b5d2392e4bbb745d1ba5, en de alinea staat in dat document op bytes 13011 tot 13602.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/ee0f7edd9f85b50369fc9a41841261127a32529f4810b5d2392e4bbb745d1ba5 | shasum -a 256