Citaat | Hoge Raad 28 mei 1915

Alinea 35 Hoge Raad 28 mei 1915

Een alinea uit Hoge Raad 28 mei 1915, ECLI:NL:HR:1915:104.

Overwegende, dat de strekking der vordering tot het doen van verklaring, door de eischeresse tegen de [verweerster] ingesteld, was om op hetgeen deze van [echtgenoot] onder zich hadden of aan [echtgenoot] verschuldigd waren, te verhalen hetgeen zij eischeresse van [echtgenoot] had te vorderen krachtens het bevelschrift van den President der Arrondissements-Rechtbank te Amsterdam van 14 Augustus 1912, waarbij [echtgenoot] was veroordeeld haar met ingang van dien dag voor levensonderhoud te verstrekken een bedrag van f 10 .- per week, en dat het instellen der vordering tegen de partij [verweerster] mitsdien was eene daad van ten uitvoerlegging van voormeld bevelschrift;

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ee0f7edd9f85b50369fc9a41841261127a32529f4810b5d2392e4bbb745d1ba5. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ee0f7edd9f85b50369fc9a41841261127a32529f4810b5d2392e4bbb745d1ba5, en de alinea staat in dat document op bytes 13739 tot 14428.