Citaat | Hoge Raad 31 december 1920

Alinea 21 Hoge Raad 31 december 1920

Een alinea uit Hoge Raad 31 december 1920, ECLI:NL:HR:1920:91.

dat het Hof echter verder, overwegende, dat de vordering mede berustte op de artikelen 1401-1403 van het Burgerlijk Wetboek en dat de te dien aanzien gestelde feiten in het geding waren komen vast te staan, het beroepen vonnis, waarbij de eisch was toegewezen, zij 't ook op andere gronden heeft bevestigd;

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e77171d2297b13bc3ed5bf302da23af5069927f82658e843c504bcbeffea6d3b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e77171d2297b13bc3ed5bf302da23af5069927f82658e843c504bcbeffea6d3b, en de alinea staat in dat document op bytes 7765 tot 8084.