Citaat | Hoge Raad 31 december 1920

Alinea 28 Hoge Raad 31 december 1920

Een alinea uit Hoge Raad 31 december 1920, ECLI:NL:HR:1920:91.

dat het Hof daarna feitelijk als vaststaand heeft aangenomen, vooreerst, dat de schade, welker vergoeding in het onderhavige geval was gevraagd, het gevolg was van een verzakking, veroorzaakt door de kolenwinning in de mijn Carl, voorts, dat aan het Hof uit eigen wetenschap bekend was - zulks kennelijk op grond van een ervaringsregel, die zelf feitelijk karakter heeft en waaraan vermoedens kunnen worden ontleend -, dat elke verzakking in den regel bij "voldoende" voorzorgen, dat wil zeggen: met voorzorgen, die met alle aanwezige omstandigheden rekening houden, is te vermijden, eindelijk, dat in de mijn Carl die voorzorgen alleen konden worden genomen door de tegenwoordige eischeres;

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e77171d2297b13bc3ed5bf302da23af5069927f82658e843c504bcbeffea6d3b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e77171d2297b13bc3ed5bf302da23af5069927f82658e843c504bcbeffea6d3b, en de alinea staat in dat document op bytes 10293 tot 10997.