Citaat | Hoge Raad 30 april 1926

Alinea 15 Hoge Raad 30 april 1926

Een alinea uit Hoge Raad 30 april 1926, ECLI:NL:HR:1926:21.

dat vervolgens die haring begin Januari 1920 aldaar is aangekomen; dat evenwel [verweerder] aan zijn expediteur te [A], aan wien hij de cognossementen had geadresseerd, heeft getelegrafeerd op die partij haring ‘’nach zu nehmen" een bedrag van 39946 R.M., welk bedrag volgens [verweerder] [eiser] hem uit anderen hoofde schuldig was;

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/836226ed01fafd0e8f9f2f648b6db53e73ce963d6a879510ce140169ce7067e4. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 836226ed01fafd0e8f9f2f648b6db53e73ce963d6a879510ce140169ce7067e4, en de alinea staat in dat document op bytes 5621 tot 5971.