Citaat | Hoge Raad 30 april 1926

Alinea 17 Hoge Raad 30 april 1926

Een alinea uit Hoge Raad 30 april 1926, ECLI:NL:HR:1926:21.

dat [eiser] vervolgens [verweerder] heeft gedagvaard en gesteld, dat [verweerder] door de partij haring te beleggen met een remboursement van 39946 R.M., tengevolge waarvan hij niet door den expediteur werd afgegeven dan tegen betaling van dat bedrag, hem schade berokkend heeft, immers wanneer hij — [eiser] — dadelijk na aankomst te [A] — begin Januari 1920 — de partij haring had kunnen ontvangen en afleveren aan zijn koopers tegen den door hem bedongen prijs van 980000 R.M., die koopprijs, daar een groote daling van de koers der Mark had plaats gevonden, in Nederlandsch geld omgerekend f 26950.- meer waard zou zijn geweest, dan toen hij op 20 Februari 1920 dat markenbedrag van zijn koopers ontving, en op dien grond heeft gevorderd, dat [verweerder] hem deze schade benevens een door hem wegens verzekering en opslag der partij haring te [A] betaald bedrag zal vergoeden, houdende hij zich uitdrukkelijk voor zijn recht op de betaalde R.M. 39946;

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/836226ed01fafd0e8f9f2f648b6db53e73ce963d6a879510ce140169ce7067e4. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 836226ed01fafd0e8f9f2f648b6db53e73ce963d6a879510ce140169ce7067e4, en de alinea staat in dat document op bytes 6339 tot 7316.