Citaat | Hoge Raad 30 april 1926

Alinea 20 Hoge Raad 30 april 1926

Een alinea uit Hoge Raad 30 april 1926, ECLI:NL:HR:1926:21.

dat vervolgens het Hof bij het bestreden arrest, ambtshalve opvattend een in eerste instantie door [verweerder] gevoerd, doch in appèl niet herhaald verweer, [eiser] in zijne vordering niet-ontvankelijk heeft verklaard op de overwegingen, welke zijn opgenomen in het navolgende door [eiser] tegen het bestreden arrest aangevoerd middel van cassatie:

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/836226ed01fafd0e8f9f2f648b6db53e73ce963d6a879510ce140169ce7067e4. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 836226ed01fafd0e8f9f2f648b6db53e73ce963d6a879510ce140169ce7067e4, en de alinea staat in dat document op bytes 7649 tot 8013.