Citaat | Hoge Raad 1 november 1929

Alinea 40 Hoge Raad 1 november 1929

Een alinea uit Hoge Raad 1 november 1929, ECLI:NL:HR:1929:136.

Overwegende dat middel I in zijn eerste twee onderdeelen steunt op de stelling, dat [medeverweerder 1] de; aan hem toebehoorende doch aan Proehl & Gutmann in pand gegeven aandeelen aan toonder niet kon leveren aan de koopers van die stukken zonder dat de pandhoudster daartoe in dier voege medewerkte, dat zij de stukken voortaan voor de koopers wilde bezitten, wat zij, naar vaststaat, niet gewild heeft;

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d018309a9747c4b1f6312f52921367ca422fce92535dba2d11da17fbc735e535. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d018309a9747c4b1f6312f52921367ca422fce92535dba2d11da17fbc735e535, en de alinea staat in dat document op bytes 15558 tot 15981.