Citaat | Hoge Raad 5 februari 1930

Alinea 20 Hoge Raad 5 februari 1930

Een alinea uit Hoge Raad 5 februari 1930, ECLI:NL:HR:1930:351.

dat derhalve, waar belanghebbende beweerde eènerzijds, dat hij zijn inkomen - daargelaten dan, dat door hem werd toegegeven, dat hij ten onrechte f 462 .- niet als inkomen had opgegeven - in zijne aangifte indertijd met juistheid op f 3189 .- had opgegeven, en anderzijds, dat hij ingevolge het bepaalde bij artikel 19 der Wet een bedrag van f 156 .- in aftrek mocht brengen, de Raad van Beroep niet had mogen weigeren om na te gaan wat daarvan was, doch de gegrondheid van die bewering had moeten nagaan;

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/91ca73dc2b5b71fbd19263abfd2d32b80e8202b8bc4a12b7706b6e0fb161beff. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 91ca73dc2b5b71fbd19263abfd2d32b80e8202b8bc4a12b7706b6e0fb161beff, en de alinea staat in dat document op bytes 8912 tot 9431.