Citaat | Hoge Raad 20 december 1934

Alinea 27 Hoge Raad 20 december 1934

Een alinea uit Hoge Raad 20 december 1934, ECLI:NL:HR:1934:321.

Overwegende dienaangaande dat in dit geval de omstandigheid, dat de commissionnair (zijn procuratiehouder) heeft gehandeld in opdracht van zijn lastgevers, onder wie eischeres tot cassatie, wel meebrengt, dat aan deze op grond van die lastgeving een persoonlijke vordering tot afgifte van eene obligatie als vermeld toekomt, maar geenszins dat zij, reeds doordat hij de obligaties betaalde en ontving, den eigendom van een obligatie verwierf, nu het Hof feitelijk en in cassatie onaantastbaar heeft vastgesteld, dat bij de in ontvangstname van de obligaties voor de gezamenlijke inschrijvers de commissionnair (zijn procuratiehouder) niet de wil heeft gehad om een bepaalde obligatie van f. 500.- als voor eischeres tot cassatie bestemd te aanvaarden, en dat ook daarna afzondering van eene obligatie met zoodanige bestemming niet heeft plaats gehad;

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/067442bc63a2fbe1db81c39ceab84ffdd224c9be81dff2ed6ee759efd01b3a8b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 067442bc63a2fbe1db81c39ceab84ffdd224c9be81dff2ed6ee759efd01b3a8b, en de alinea staat in dat document op bytes 9201 tot 10064.