Citaat | Hoge Raad 12 juni 1936
Alinea 39 Hoge Raad 12 juni 1936
Een alinea uit Hoge Raad 12 juni 1936, ECLI:NL:HR:1936:100.
dat hiermede echter slechts de volgorde der trekkingen is aangegeven, welke, gelijk vaststaat, gedurende vele jaren achterwege zijn gebleven, zoodat de vorderingen tot uitbetaling juist niet opeischbaar zijn geworden; dat, voorzooverre het beroep van gedaagden op gemelde wetsbepalingen eene verdere strekking mocht hebben, het toch niet kan opgaan, omdat de Rechtbank bij hare in kracht van gewijsde gegane beschikking tot bekrachtiging der ook gedaagde bindende besluiten feitelijk heeft beslist, dat aan alle vereischten door de wet gesteld, is voldaan, en niet gebleken is van het bestaan van een reden waarom de bekrachtiging zou moeten worden geweigerd, weshalve aangenomen moet worden dat de besluiten uitsluitend betrekking hebben gehad op nog niet, hetzij volgens artikel 7,2e lid, hetzij volgens artikel 19, reeds meer dan een jaar opeischbare vorderingen;
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d8533ae3c84f6177fea2ac61450f7c74a7a62bce41c34a9908e11d8144266e73. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d8533ae3c84f6177fea2ac61450f7c74a7a62bce41c34a9908e11d8144266e73, en de alinea staat in dat document op bytes 13402 tot 14282.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/d8533ae3c84f6177fea2ac61450f7c74a7a62bce41c34a9908e11d8144266e73 | shasum -a 256