Citaat | Hoge Raad 12 juni 1936

Alinea 48 Hoge Raad 12 juni 1936

Een alinea uit Hoge Raad 12 juni 1936, ECLI:NL:HR:1936:100.

(A) de vaststaande omstandigheid, dat de in het tot 1931 loopende trekkingsplan aangegeven trekkingen gedurende vele jaren en ook - naar het Hof kennelijk aanneemt, althans ten onrechte in het midden laat - na 1931 zijn achterwege gebleven, het Hof tot de slotsom had moeten leiden, dat de vorderingen der obligatiehouders tot uitbetaling wel degelijk terstond na 1931 opeischbaar zijn geworden, nu verweerster, die als debitrice eener premieleening door achterwege laten der trekkingen gedurende het geheele tijdvak waarbinnen deze volgens het trekkingsplan hadden moeten geschieden, de vervulling der voorwaarde had verhinderd waaronder zij zich jegens de premieobligatiehouders had verbonden, zijnde als die voorwaarde aan te merken de toekomstige en ten opzichte van iederen individueelen premieobligatiehouder onzekere gebeurtenis van aanwijzing door loting van de betreffende obligatie als stuk, recht gevende op het door verweerster toegezegde geldbedrag, in het trekkingsplan vermeld, terwijl ook afgezien van het voorgaande en in ieder geval, tengevolge van het achterwege blijven der trekkingen volgens het van 1867 tot 1931 loopende trekkingsplan, terstond opeischbare verplichtingen ten laste van verweerster jegens de premieobligatiehouders zijn ontstaan, welker miskenning met een uitvoering te goeder trouw van de overeenkomst tusschen gezegde partijen in strijd ware, aan welk een en ander niet kan afdoen de omstandigheid, dat zoolang de trekkingen niet hebben plaats gehad, de omvang van de aanspraken van iederen individueelen obligatiehouder niet vaststaat, naardien a) die omvang voor de beoordeeling van de gegrondheid van het door eischers gevoerd verweer zonder belang is, b) het na afloop van het jaar 1931 voor alsnog niet vaststaan der vorderingen voor het tijdstip van derzelver opeischbaarheid onverschillig is en dan ook door alsnog plaats hebbende trekkingen achteraf zal worden vastgesteld welk bedrag aan iederen individueelen obligatiehouder reeds einde 1931 als opeischbaar bedrag verschuldigd was;

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d8533ae3c84f6177fea2ac61450f7c74a7a62bce41c34a9908e11d8144266e73. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d8533ae3c84f6177fea2ac61450f7c74a7a62bce41c34a9908e11d8144266e73, en de alinea staat in dat document op bytes 16985 tot 19032.