Citaat | Hoge Raad 24 januari 1936
Alinea 40 Hoge Raad 24 januari 1936
Een alinea uit Hoge Raad 24 januari 1936, ECLI:NL:HR:1936:2.
Wanneer echter zoodanige belanghebbende zijn zaak en den handelsnaam waarin zijn naam voorkomt, overdraagt, moet hij geacht worden goed te vinden, dat zijn naam door den opvolger gebezigd wordt, ook al kan de overdracht van den handelsnaam geen effect sorteeren. Requestrant is van meening dat, indien in het geval van art. 3 der handelsnaam wet de belanghebbende het bezigen van zijn naam door den opvolger goed vindt, mits aan het bezigen van dien naam geen andere wettelijke bezwaren zijn verbonden, van een onrechtmatig voeren van dien naam geen sprake kan zijn.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ae0f0dea8df819ee768f320561e6ad9351965955b6ae91e6e9c1bb04da3c2485. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ae0f0dea8df819ee768f320561e6ad9351965955b6ae91e6e9c1bb04da3c2485, en de alinea staat in dat document op bytes 17031 tot 17610.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/ae0f0dea8df819ee768f320561e6ad9351965955b6ae91e6e9c1bb04da3c2485 | shasum -a 256