Citaat | Hoge Raad 24 januari 1936

Alinea 51 Hoge Raad 24 januari 1936

Een alinea uit Hoge Raad 24 januari 1936, ECLI:NL:HR:1936:2.

Overwegende dat onderdeel a van het middel van cassatie aldus is toegelicht, dat requestrant, - voor zoover het inleidend verzoekschrift steunt op een handelen van gerequestreerde in strijd met artikel 4 der Handelsnaamwet Staatsblad 1921 No 842, - in den zin van artikel 6 dier wet is belanghebbende, vermits hij en gerequestreerde concurrenten zijn en in dezelfde straat ieder een handel in papierwaren drijven en requestrant derhalve recht en belang heeft den gerequestreerde te doen verbieden zich met een naam te tooien, die bij het publiek den meer weidschen indruk vestigt, dat zijn zaak aan een vennootschap onder firma of en commandite toebehoort, terwijl, - voor zoover voornoemd verzoekschrift steunt op een handelen van gerequestreerde in strijd met artikel 5, - requestrant evenzeer, al voert ook hijzelf een handelsnaam in strijd met de wet, als belanghebbende is aan te merken, vermits dit begrip omvat ieder, die er belang bij heeft, dat een ander niet een handelsnaam in strijd met de wet voert, en de wet geen byzondere bepaling behelst, dat slechts aan hem, die zelf "vrij van zonden "is, de actie uit artikel 6 toekomt;

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ae0f0dea8df819ee768f320561e6ad9351965955b6ae91e6e9c1bb04da3c2485. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ae0f0dea8df819ee768f320561e6ad9351965955b6ae91e6e9c1bb04da3c2485, en de alinea staat in dat document op bytes 20608 tot 21799.