Citaat | Hoge Raad 17 december 1936
Alinea 23 Hoge Raad 17 december 1936
Een alinea uit Hoge Raad 17 december 1936, ECLI:NL:HR:1936:60.
dat Amsterdam geen voldoende feitelijke grondslag heeft gesteld, immers wel een motief heeft aangevoerd, waarom [betrokkene 1] tot de betaling overging, maar in het midden heeft gelaten ter kwijting van welke verbintenis [betrokkene 1] betaald heeft, om dan door te bewijzen dat deze verbintenis niet rechtens bestond, tot de onverschuldigdheid der betaling te geraken; dat de acte van 9 December 1903, op grond waarvan [betrokkene 1] thans beweert de betalingen te hebben gedaan, slechts inhield een eenzijdige schenkingsbelofte en dat de gedane betalingen waren giften van hand tot hand, ten gevolge waarvan de schenking perfect werd, ook al was die schenkingsbelofte niet in orde;
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/613d9d962444b3d36dcf08ba82871cb069eb2d0c30b5fd72b793bae1068d745a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 613d9d962444b3d36dcf08ba82871cb069eb2d0c30b5fd72b793bae1068d745a, en de alinea staat in dat document op bytes 10499 tot 11195.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/613d9d962444b3d36dcf08ba82871cb069eb2d0c30b5fd72b793bae1068d745a | shasum -a 256