Citaat | Hoge Raad 10 juni 1938
Alinea 11 Hoge Raad 10 juni 1938
Een alinea uit Hoge Raad 10 juni 1938, ECLI:NL:HR:1938:13.
dat [eiser] heeft ontkend, dat [verweerder] eigenaar, althans ‘’eigenaar te goeder trouw" van voormelde perceelen geworden is, daartoe aanvoerend: dat hij — [eiser] — bij akte van 5 April 1932 die perceelen in huurkoop heeft verkregen van den toenmaligen eigenaar [betrokkene 2] , welke akte hem met ingang van 1 April 1937 recht gaf op levering der perceelen door inschrijving in de openbare registers, mits hij dan voldaan had aan alle voor hem uit de akte voortvloeiende verbintenissen, wat hij heeft gedaan; dat echter [betrokkene 2] de perceelen vóór 1 April 1937 heeft verkocht aan [betrokkene 3] , die ze weder heeft verkocht aan en geleverd aan voornoemden [betrokkene 1] ; dat Leguit, [betrokkene 1] en [verweerder] , toen zij als voormeld de perceelen kochten, met de overeenkomst tusschen [betrokkene 2] en [eiser] bekend waren, althans het bestaan van die overeenkomst redelijkerwijs moesten vermoeden;
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e71b34504f98f2de941b1c67adf76c3984f3731766e6cf31d222c1af3c6f9790. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e71b34504f98f2de941b1c67adf76c3984f3731766e6cf31d222c1af3c6f9790, en de alinea staat in dat document op bytes 5316 tot 6253.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/e71b34504f98f2de941b1c67adf76c3984f3731766e6cf31d222c1af3c6f9790 | shasum -a 256