Citaat | Hoge Raad 21 mei 1943
Alinea 48 Hoge Raad 21 mei 1943
Een alinea uit Hoge Raad 21 mei 1943, ECLI:NL:HR:1943:21.
dat op deze gronden de vordering over genoemd tijdvak is afgewezen; dat nu wel appellant, nadat bij conclusie van antwoord in prima was betoogd, dat appellant ook na de aanrijding f. 50.- 's weeks loon in de schoenenzaak van zijn vader en broeder verdiende, bij repliek heeft gesteld, dat van dit bedrag f. 25.- per week als geleend waren aan te merken, maar de Rechtbank dit verweer terecht is voorbij gegaan; dat toch de grondslag der vordering — uitgaande niet van hetgeen appellant werkelijk verdiende, maar van hetgeen hij op grond zijner invaliditeit zoude kunnen verdienen — een geheel ander was en ook bleef, daar van het prijsgeven van den oorspronkelijken grondslag niet was gebleken; dat de Rechtbank dan ook bedoeld verweer, instede van als tardief, beter als niet ter zake dienende had kunnen bestempelen, maar zulks aan de juistheid der beslissing zelve niets afdoet en de tweede grief mitsdien ongegrond is, terwijl ook de eerste grief, hu zij zich blijkens het hierboven overwogene richt tegen een slechts ten overvloede in het vonnis gegeven beschouwing, waarop de afwijzing der vordering niet gegrond is, niet tot vernietiging der aangevallen beslissing kan leiden;
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a7b5edf6b7240ad6e281cc000dfd467c3cd5df9cabf093b8119fb57673ac1a6b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a7b5edf6b7240ad6e281cc000dfd467c3cd5df9cabf093b8119fb57673ac1a6b, en de alinea staat in dat document op bytes 12958 tot 14159.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/a7b5edf6b7240ad6e281cc000dfd467c3cd5df9cabf093b8119fb57673ac1a6b | shasum -a 256