Citaat | Hoge Raad 30 november 1945

Alinea 28 Hoge Raad 30 november 1945

Een alinea uit Hoge Raad 30 november 1945, ECLI:NL:HR:1945:14.

"dat de eerste grief van [eischeres] zich richt tegen de beslissing van de Rechtbank, dat de twee uitkeeringen op grond van overeenkomsten door den [erflater] bij De Bank ten behoeve van [eischeres] gesloten, respectievelijk groot 1.700. -- en f. 500 .- , bij het saldo der nalatenschap dienen te worden opgeteld, hebbende volgens [eischeres] de Rechtbank ten onrechte overwogen, dat als voor de berekening van het wettelijk erfdeel in aanmerking komende gift niet alleen is te verstaan de in artikel 1703 van het Burgerlijk Wetboek bedoelde overeenkomst, doch elke handeling daaronder is begrepen, waardoor een derde ten koste van het vermogen van den erflater is bevoordeeld, waarbij deze bevoordeeling het kennelijk doel dier rechtshandeling is geweest, en derhalve onder zoodanige "gift" ook is begrepen een ten behoeve van een derde bedongen uitkeering krachtens levensverzekering, waartegen [eischeres] aanvoert, dat bedoelde uitkeeringen geen "giften" zijn, doch uitingen van een normale zorg van den echtgenoot voor het levensonderhoud van zijn echtgenoote na zijn overlijden;

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/37ef7bc6a6ee66b70f1917c0308c210379b6f6ac03f0ffc6b3c037836152464a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 37ef7bc6a6ee66b70f1917c0308c210379b6f6ac03f0ffc6b3c037836152464a, en de alinea staat in dat document op bytes 10858 tot 11955.