Citaat | Hoge Raad 3 mei 1946
Alinea 20 Hoge Raad 3 mei 1946
Een alinea uit Hoge Raad 3 mei 1946, ECLI:NL:HR:1946:4.
‘’dat derhalve van eene verplichting van [verweerder] om aan den Staat vergoeding te betalen omdat deze in zijn belangen zou zijn geschaad door wanpraestatie van [verweerder] jegens de N.V. [A], zoo die heeft plaats gehad, geen sprake is en evenmin van zulk eene verplichting op grond, dat [verweerder] ten opzichte van den Staat onrechtmatig zou zijn verrijkt tengevolge van zoodanige wanpraestatie;’’
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b0152cbc4ee0536a2e46bbfb37443f6eec28a03f8a94f8648201ef82061e7ce5. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b0152cbc4ee0536a2e46bbfb37443f6eec28a03f8a94f8648201ef82061e7ce5, en de alinea staat in dat document op bytes 10332 tot 10755.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/b0152cbc4ee0536a2e46bbfb37443f6eec28a03f8a94f8648201ef82061e7ce5 | shasum -a 256