Citaat | Hoge Raad 14 februari 1946
Alinea 39 Hoge Raad 14 februari 1946
Een alinea uit Hoge Raad 14 februari 1946, ECLI:NL:HR:1946:49.
ten onrechte, omdat nu-verweerders zelf reeds bij inleidende dagvaarding gesteld hebben en gedurende het geding hebben volgehouden, dat verweerder [verweerder 2] van zijn vrijheid was beroofd omdat hij verdacht werd lid te zijn geweest van de Nederlandsche Artsenkamer en van het Medisch Front, zoodat hij behoort tot de personen bedoeld in artikel 6 lid 1 sub b van het Besluit Vijandelijk Vermogen, daar de Nederlandsche Artsenkamer en het Medisch Front zijn te beschouwen als nationaal-socialistische of fascistische organisaties of instellingen en het lidmaatschap daarvan oplevert althans kan opleveren een misdrijf of verdenking van een misdrijf, genoemd in het Besluit Buitengewoon Strafrecht, althans aanleiding geeft tot vrijheidsberooving, krachtens het bepaalde in het Besluit Buitengewoon Strafrecht, althans aanleiding geeft tot vrijheidsberooving, krachtens het bepaalde in het Besluit op den bijzonderen staat van beleg of het Tribunaal-besluit, terwijl aan toepasselijkheid van artikel 6 lid 1 sub b niet in den weg staat, dat de gegrondheid van bovenbedoelde verdenking door nu-verweerders niet is toegegeven;
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/05c0c01220ca1f0a00380fc3c137fdd635ce10d7f2d6b3f9431a5cd72c39db42. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 05c0c01220ca1f0a00380fc3c137fdd635ce10d7f2d6b3f9431a5cd72c39db42, en de alinea staat in dat document op bytes 19292 tot 20431.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/05c0c01220ca1f0a00380fc3c137fdd635ce10d7f2d6b3f9431a5cd72c39db42 | shasum -a 256