Citaat | Hoge Raad 14 februari 1946
Alinea 48 Hoge Raad 14 februari 1946
Een alinea uit Hoge Raad 14 februari 1946, ECLI:NL:HR:1946:49.
2/ omdat het Hof had moeten beslissen, dat de vordering zooals die was ingesteld, luidende tot bevel aan eischer de tenuitvoerlegging van de door hem gedane vordering achterwege te laten zich van elken maatregel tot ontruiming van de woning [a-straat 1] te [plaats] te onthouden totdat in het aanhangig te maken hoofdgeding bij gewijsde zou zijn beslist, of geintimeerde tot het doen der vordering al dan niet bevoegd was, in appel niet meer voor toewijzing vatbaar was, nu vóór ‘s Hofs uitspraak de ontruiming reeds in feite geschied was, waaraan niet afdoet dat het Hof in voormelde vordering mede begrepen achtte die tot verklaring dat, nu eischer door zijn handelingen in den feitelijken toestand sinds het instellen der vordering verandering heeft gebracht, de ontruiming en elke maatregel om de woning te doen ontruimen onrechtmatig zijn;
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/05c0c01220ca1f0a00380fc3c137fdd635ce10d7f2d6b3f9431a5cd72c39db42. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 05c0c01220ca1f0a00380fc3c137fdd635ce10d7f2d6b3f9431a5cd72c39db42, en de alinea staat in dat document op bytes 22653 tot 23514.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/05c0c01220ca1f0a00380fc3c137fdd635ce10d7f2d6b3f9431a5cd72c39db42 | shasum -a 256