Citaat | Hoge Raad 14 juni 1946
Alinea 28 Hoge Raad 14 juni 1946
Een alinea uit Hoge Raad 14 juni 1946, ECLI:NL:HR:1946:90.
‘’dat omtrent deze vordering overigens nog valt op te merken, dat zij ook afgezien van artikel 1639 u van het Burgerlijk Wetboek zou moeten afstuiten op de omstandigheid, dat eischer van de beide vorderingen, waartusschen artikel 1639 t van het Burgerlijk Wetboek hem de keuze gaf, reeds die tot schadeloosstelling, als bedoeld in artikel 1639 r van het Burgerlijk Wetboek ingesteld en toegewezen heeft gekregen;
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8ab562ebe92a2d707cf3856b085dc45d7f966f7f76f55fe706538cff321e78f2. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8ab562ebe92a2d707cf3856b085dc45d7f966f7f76f55fe706538cff321e78f2, en de alinea staat in dat document op bytes 10710 tot 11139.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/8ab562ebe92a2d707cf3856b085dc45d7f966f7f76f55fe706538cff321e78f2 | shasum -a 256