Citaat | Hoge Raad 1 juni 1948
Alinea 10 Hoge Raad 1 juni 1948
Een alinea uit Hoge Raad 1 juni 1948, ECLI:NL:HR:1948:113.
III. ‘’Schending of verkeerde toepassing van de artikelen 40 en 192 van het Wetboek van Strafrecht, de artikelen 350, 358, 415, 422 en 423 van het Wetboek van Strafvordering, alsmede de, artikelen 1932 en 1946 van het Burgerlijk Wetboek, doordat het Gerechtshof het ter terechtzitting van dat Hof nadrukkelijk voorgedragen verweer, dat de requirante van cassatie voor het ten laste gelegde feit, niet strafbaar zou zijn, daar het hier betrof een geval van noodtoestand, gepasseerd heeft met de motivering, dat het aan de verdachte had vrijgestaan te verzoeken haar te ontslaan van het beantwoorden van vragen, waardoor zij zich mogélijkerwijze aan een strafvervolging zou blootstellen, welke motivering als onvoldoende moet worden aangemerkt, zodat het arrest van het Gerechtshof op dit punt niet voldoende met reden omkleed is, daar de Nederlandse Wetgeving in Burgerlijke Zaken voor een getuige geen verschoningsrecht kent, op grond van het feit, dat hij zich door het beantwoorden van die vragen, mogelijkerwijze aan een strafvervolging zou blootstellen;"
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fa8a871986694a4ac28c451428042d358f23f413b96704c9422cda8757fbf55f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fa8a871986694a4ac28c451428042d358f23f413b96704c9422cda8757fbf55f, en de alinea staat in dat document op bytes 6679 tot 7755.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/fa8a871986694a4ac28c451428042d358f23f413b96704c9422cda8757fbf55f | shasum -a 256