Citaat | Hoge Raad 1 juni 1948
Alinea 9 Hoge Raad 1 juni 1948
Een alinea uit Hoge Raad 1 juni 1948, ECLI:NL:HR:1948:113.
II. Schending of verkeerde toepassing der artikelen 261, 349, 358, 359 en 423 van het Wetboek van Strafvordering, alsmede artikel 207 van het Wetboek van Strafrecht, daar de inleidende dagvaarding niet inhoudt, een opgave van het feit, dat ten laste gelegd wordt, nu in de dagvaarding is opgenomen de verklaring, indertijd door requirante van cassatie in een civiele procedure aan den Rechter-Commissaris afgelegd, en daaronder gesteld wordt, dat requirante van cassatie wist, dat deze afgelegde verklaring geheel, althans voor een belangrijk gedeelte vals en in strijd met de waarheid was, zonder dat (lees: terwijl) voor het geval de in de dagvaarding vermelde verklaring niet geheel vals en in strijd met de waarheid mocht zijn, gelijk ook in het vonnis der Rechtbank en het arrest van het Hof is aangenomen, niet is aangegeven welk gedeelte der verklaring vals en in strijd met de waarheid was;"
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fa8a871986694a4ac28c451428042d358f23f413b96704c9422cda8757fbf55f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fa8a871986694a4ac28c451428042d358f23f413b96704c9422cda8757fbf55f, en de alinea staat in dat document op bytes 5761 tot 6673.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/fa8a871986694a4ac28c451428042d358f23f413b96704c9422cda8757fbf55f | shasum -a 256