Citaat | Hoge Raad 14 december 1948
Alinea 21 Hoge Raad 14 december 1948
Een alinea uit Hoge Raad 14 december 1948, ECLI:NL:HR:1948:83.
Overwegende dat het Hof heeft overwogen ‘’dat namens requirant, met een beroep op het in artikel 218 van het Wetboek van Strafvordering bepaalde, wel is betoogd, dat voor hem geen wettelijke verplichting bestond om als getuige de rechter-commissaris mededeling te doen van de relatie van wie hij een exemplaar van de zogenaamde geheime notulen van Linggadjati ontvangen had, doch het Hof de juistheid van dit betoog verwerpt en de journalist naar ‘s-Hofs oordeel bedoeld verschoningsrecht niet heeft;
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/da1e034ee73dacb3c8e27a75826fd48d6903c08ad4d0d9f810f521063e424908. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt da1e034ee73dacb3c8e27a75826fd48d6903c08ad4d0d9f810f521063e424908, en de alinea staat in dat document op bytes 14018 tot 14538.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/da1e034ee73dacb3c8e27a75826fd48d6903c08ad4d0d9f810f521063e424908 | shasum -a 256