Citaat | Hoge Raad 14 december 1948

Alinea 4 Hoge Raad 14 december 1948

Een alinea uit Hoge Raad 14 december 1948, ECLI:NL:HR:1948:83.

Op het beroep van [requirant] , geboren [geboortedatum] 1904 te [geboorteplaats] , journalist van beroep, wonende te [woonplaats] , requirant van cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te Amsterdam van den zes en twintigsten Januari 1948, waarbij in hoger beroep, met vernietiging van een door de Arrondissements-Rechtbank te Amsterdam op 15 October 1947 gewezen vonnis, requirant ter zake van: ‘’wettelijk als getuige opgeroepen zijnde, opzettelijk niet voldoen aan eenige wettelijke verplichting, die hij als zoodanig te vervullen heeft", met aanhaling van de artikelen 24 en 192 van het Wetboek van Strafrecht, is veroordeeld tot een geldboete van tien gulden of tien dagen hechtenis;

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/da1e034ee73dacb3c8e27a75826fd48d6903c08ad4d0d9f810f521063e424908. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt da1e034ee73dacb3c8e27a75826fd48d6903c08ad4d0d9f810f521063e424908, en de alinea staat in dat document op bytes 7711 tot 8610.