Citaat | Hoge Raad 14 december 1948
Alinea 41 Hoge Raad 14 december 1948
Een alinea uit Hoge Raad 14 december 1948, ECLI:NL:HR:1948:83.
dat in ‘s Hofs vaststelling, dat requirant zijn tussenkomst verleende tot de bekendmaking van een geheim stuk, op welker strafbaarheid hij bedacht behoorde te zijn, besloten ligt dat van requirant redelijkerwijs had mogen worden verwacht, dat hij zulks had nagelaten, behoudens byzondere omstandigheden, waarvan het vermeld verweer niet gewaagt, zodat een redengeving bepaaldelijk te dien aanzien niet was vereist, zodat ook de eerste grief faalt;
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/da1e034ee73dacb3c8e27a75826fd48d6903c08ad4d0d9f810f521063e424908. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt da1e034ee73dacb3c8e27a75826fd48d6903c08ad4d0d9f810f521063e424908, en de alinea staat in dat document op bytes 21419 tot 21882.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/da1e034ee73dacb3c8e27a75826fd48d6903c08ad4d0d9f810f521063e424908 | shasum -a 256