Citaat | Hoge Raad 19 november 1948

Alinea 49 Hoge Raad 19 november 1948

Een alinea uit Hoge Raad 19 november 1948, ECLI:NL:HR:1948:86.

dat de tekst van artikel 6 twijfel laat, of een ontslag door een werkgever aangezegd met inachtneming van den wettelijken opzeggingstermijn geldig is, indien de toestemming weliswaar wordt verleend na den datum der opzegging, doch nog vóór den datum waarop de overeenkomst ingevolge de opzegging zal aflopen; dat de Hoge Raad deze vraag ontkennend beantwoordt, omdat - hetgeen niet aanvaardbaar is - aan den werknemer, die eerst zekerheid omtrent het al dan niet bestaan van een geldige opzegging zou erlangen na het bericht van de toestemming niet gewaarborgd zou zijn, dat hij nadien nog zou beschikken over den hem - ingevolge de door de wet voor opzegging gestelde eisen - toekomenden termijn om elders werk te zoeken; dat dit bezwaar echter niet bestaat, indien - en daarom niet ongeoorloofd is dat - de werkgever aan den werknemer de dienstbetrekking opzegt, onder voorbehoud van het verkrijgen van de aangevraagde toestemming, tegen den, vroegst mogelijken datum, waarop een na het ontvangen der toestemming geschiede opzegging toelaatbaar zoude zijn;

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d505a641f74863e222efbbf38bb97db81857615ff5aaf14cd2c29084f83578bb. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d505a641f74863e222efbbf38bb97db81857615ff5aaf14cd2c29084f83578bb, en de alinea staat in dat document op bytes 16214 tot 17288.