Citaat | Hoge Raad 4 februari 1949

Alinea 33 Hoge Raad 4 februari 1949

Een alinea uit Hoge Raad 4 februari 1949, ECLI:NL:HR:1949:149.

hebbende het Hof ten onrechte voorbijgezien, dat eiser’s verweer tot afwijzing der vordering moet leiden, niet alleen wanneer verweerder van zijn recht op merk en/of handelsnaam ten opzichte van een iegelijk heeft afstand gedaan, maar ook, wanneer hij alleen ten opzichte van eiser uitdrukkelijk of stilzwijgend te kennen heeft gegeven hem, de eiser in cassatie, het gebruik van zijn — verweerders — naam en/of merk niet te zullen verbieden — waardoor voor eiser dit gebruik zou ophouden onrechtmatig te zijn —

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/eb7ff5eb6468ea7c477b4d7e6789452efd939f7962e4f46a3fe6a844f0c7f607. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt eb7ff5eb6468ea7c477b4d7e6789452efd939f7962e4f46a3fe6a844f0c7f607, en de alinea staat in dat document op bytes 19840 tot 20374.