Citaat | Hoge Raad 4 februari 1949
Alinea 34 Hoge Raad 4 februari 1949
Een alinea uit Hoge Raad 4 februari 1949, ECLI:NL:HR:1949:149.
zodat, nu het hierdoor onverschillig is, of en hoe verweerder jegens derden is opgetreden, als van belang overblijft het feit, dat verweerder in 1923 en 1927 wel aan eiser het gebruik van het Duifmerk, doch niet het gebruik van den handelsnaam en het gelijktijdig verrichten van andere thans verweten gedragingen heeft betwist;
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/eb7ff5eb6468ea7c477b4d7e6789452efd939f7962e4f46a3fe6a844f0c7f607. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt eb7ff5eb6468ea7c477b4d7e6789452efd939f7962e4f46a3fe6a844f0c7f607, en de alinea staat in dat document op bytes 20380 tot 20721.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/eb7ff5eb6468ea7c477b4d7e6789452efd939f7962e4f46a3fe6a844f0c7f607 | shasum -a 256