Citaat | Hoge Raad 30 december 1953

Alinea 34 Hoge Raad 30 december 1953

Een alinea uit Hoge Raad 30 december 1953, ECLI:NL:HR:1953:210.

Overwegende dat blijkens 's Raads uitspraak te dezen vaststaat, dat [B], terwijl hij voor zijn verblijf ten huize van belanghebbende, waar hij met zijn gezin van begin 1942 tot einde 1944 was ondergedoken, per maand een bedrag van f 240,- als pensionprijs heeft betaald, in 1945 onverplicht een bedrag van f 4000,- aan belanghebbende heeft ter hand gesteld, en wel - blijkens hetgeen door den Inspecteur is gesteld en door den Raad is aanvaard - omdat door de betaling van het overeengekomen pensiongeld de door belanghebbende hem bewezen diensten onvoldoende beloond waren;

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/cd2ee1be7fdb50c3e6b01d5749a1bd59ba19d6815c7cf998d4abf49ff0420d4a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt cd2ee1be7fdb50c3e6b01d5749a1bd59ba19d6815c7cf998d4abf49ff0420d4a, en de alinea staat in dat document op bytes 11142 tot 11729.