Citaat | Hoge Raad 7 januari 1955

Alinea 19 Hoge Raad 7 januari 1955

Een alinea uit Hoge Raad 7 januari 1955, ECLI:NL:HR:1955:196.

dat eiseressen tot cassatie — hierna gezamelijk aan te duiden als: Nederlandse Lloyd c.s.— den Staat hebben gedaagd voor de Arrondissements-Rechtbank te Amsterdam daarbij stellende, dat op 18 November 1949 het sleepschip ‘’[B]", toebehorende aan eiseresse sub 2 — [eiseres 2] —, dat was geladen met 305 Ton vetkolen, in het bij den Staat in onderhoud en opzicht zijnde Merwedekanaal werd voortbewogen door een motorvlet; dat omstreeks 18 uur 30 de schipper van de [B] in dat kanaal ter hoogte van kilometerpaal 10 aan de aldaar aan stuurboordswal staande meermalen legplaats wilde kiezen, waartoe de snelheid tot 1½ K.M. per uur werd verminderd; dat, toen het voorschip den wal tot op circa 1½ meter was genaderd, het schip op een of meer basaltzuilen stootte, behorende tot een zgn. stortebed dat zich aldaar op den bodem van genoemd kanaal bevond, welke zuil of zuilen circa 30 cm omhoog stak(en) boven den kanaalbodem; dat het schip toen vast liep en, nadat het weer vlot was, water maakte en is gezonken; dat de schade en kosten door dit evenement aan schip en lading in totaal belopen f. 19.699,65, gespecificeerd in 8 posten; dat de Staat voor deze schade aansprakelijk is omdat hij zijn plicht tot het in goeden toestand houden van den kanaalbodem, althans van het stortebed, heeft verzaakt, en ook geen waarschuwingsborden, doch daarentegen wel meerpalen die het vertrouwen opwekten dat ongehinderd kon worden gemeerd bij het stortebed heeft geplaatst; dat voor eiseresse sub 2 — [eiseres 2] — deze schade en kosten beliepen f. 14.370,20, doch Nederlandse Lloyd en 23 andere verzekeringsmaatschappijen gezamelijk haar hadden verzekerd tegen alle gevaren van de reis en dientengevolge verplicht waren aan haar te betalen en hebben betaald f. 9180,48, voor welk bedrag Nederlandse Lloyd en de genoemde maatschappijen in de vordering van [eiseres 2] werden gesubrogeerd; dat deze andere maatschappijen haar rechten aan Nederlandse Lloyd hebben gecedeerd; dat [eiseres 2] dus nog f. 5189,72 heeft te vorderen; dat de eiseressen sub 3 en 4 de lading hebben verzekerd aan de N.V. Teerbedrijf te Uithoorn, deswege onderscheidenlijk f. 1482,16 en f. 2223,24 hebben betaald en daardoor in de rechten dier naamloze vennootschap zijn gesubrogeerd; dat de inboedel van de ‘’[B]", toebehorende aan [A] Jr, was verzekerd bij eiseresse sub 5, die deswege heeft betaald f. 1623,75 en daardoor in de rechten van [A] Jr is gesubrogeerd;

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/796cbc87a493668f7d0ead18dd169e70fce24149038cee7cb810dfa1c5b375d9. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 796cbc87a493668f7d0ead18dd169e70fce24149038cee7cb810dfa1c5b375d9, en de alinea staat in dat document op bytes 5855 tot 8316.