Citaat | Hoge Raad 7 januari 1955

Alinea 48 Hoge Raad 7 januari 1955

Een alinea uit Hoge Raad 7 januari 1955, ECLI:NL:HR:1955:196.

I. doordat het Hof — onder andere als vaststaande aannemende, dat de Staat, door het openstellen van het Merwede-kanaal voor de scheepvaart, tot varen in dit openbaar vaarwater noodde, en dat de ‘’[B]" voer en lek stiet op een of meer basaltstenen omhoogstekende uit een stortebed op de bodem van dat kanaal, dat in onderhoud en opzicht is bij de Staat, en niet voorzien is van waarschuwingstekens tegen dergelijke gevaren — de vordering tot vergoeding van de aanzienlijke schade en kosten door dit evenement aan schip en lading veroorzaakt heeft afgewezen (door bekrachtiging van het afwijzende vonnis) op de daarvoor in de tweede rechtsoverweging aangevoerde gronden, waaruit blijkt, dat het Hof voor het aanwezig zijn van de voor de toewijzing van een vordering als de onderhavige bij de Staat vereiste schuld — en/of onrechtmatigheid — (principieel) zwaardere eisen heeft gesteld, dan de wet voor toewijzing vordert (of wel de uit de onderhavige situatie voortvloeiende zorgplicht van de Staat te laag heeft aangeslagen), welk bezwaar moge worden verduidelijkt (niet beperkt) door te wijzen op het volgende:

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/796cbc87a493668f7d0ead18dd169e70fce24149038cee7cb810dfa1c5b375d9. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 796cbc87a493668f7d0ead18dd169e70fce24149038cee7cb810dfa1c5b375d9, en de alinea staat in dat document op bytes 19061 tot 20197.