Citaat | Hoge Raad 19 juni 1956
Alinea 11 Hoge Raad 19 juni 1956
Een alinea uit Hoge Raad 19 juni 1956, ECLI:NL:HR:1956:49.
1. doordien het Gerechtshof zich mede baserende op de verklaring van de getuige [getuige] : "Verdachte bleef echter bezwaar maken, waarop ik - daartoe door gemelde Commissie gemachtigd - van verdachte uitdrukkelijk heb gevorderd om [minderjarige] in mijn gemelde hoedanigheid aan mij af te geven, hetgeen zij toen pertinent heeft geweigerd. Zij gaf bij het onderhoud nog te kennen, dat [minderjarige] op reis was, doch zeide niet waarheen ". een onjuiste toepassing heeft gegeven aan het begrip "onttrekken" van een minderjarige aan het wettig over hem gestelde gezag, mede, nu niet gebleken is, dat requirante feitelijk bij machte was om het kind aan de vraagsteller af te geven. Immers het Hof beschouwt als "onttrekken" (pag. 6) : "door opzettelijk op tijd en plaats voormeld ..... aan deze vordering opzettelijk niet te voldoen", terwijl uit de bewijsmiddelen blijkt, dat het meisje op reis was en derhalve niet beschikbaar was om afgegeven te worden, terwijl evenmin is gebleken, dat requirante in staat was om toen deze afgifte te bewerkstelligen. Veeleer had art 280 Sr. toepasselijk moeten zijn verklaard, aangenomen, dat requirante geweten had waar het meisje op dien dag was en haar zulks tevergeefs ware gevraagd.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/eaba58ccf4b72a4d7f431def00d9b674fcea3732b53e9c0dec237ae66c91334b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt eaba58ccf4b72a4d7f431def00d9b674fcea3732b53e9c0dec237ae66c91334b, en de alinea staat in dat document op bytes 5620 tot 6894.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/eaba58ccf4b72a4d7f431def00d9b674fcea3732b53e9c0dec237ae66c91334b | shasum -a 256