Citaat | Hoge Raad 19 juni 1956

Alinea 20 Hoge Raad 19 juni 1956

Een alinea uit Hoge Raad 19 juni 1956, ECLI:NL:HR:1956:49.

C. de verklaring van den getuige [getuige] : "Sedert bij Koninklijk Besluit van 13 Augustus 1945 de Commissie voor Oorlogspleegkinderen werd ingesteld, ben ik lid van het dagelijks bestuur en directeur van het bureau dezer Commissie geweest tot per 1 September 1949 de werkzaamheden der Commissie een einde namen. Zodra [minderjarige] ( [minderjarige] ), geboren te [geboorteplaats] [geboortedatum] 1940) bij gemelde Commissie als Oorlogspleegkind was aangemeld, is zij in het register van de aan haar zorg toevertrouwde minderjarigen ingeschreven, en was zij als zodanig overeenkomstig het bepaalde in artikel 3 van gemeld Besluit aan de zorg van de Commissie toevertrouwd; dit is zo gebleven, tot verdachte op 16 Juni 1948 door de Rechtbank te Amsterdam tot voogdes over [minderjarige] is benoemd. In de eerste helft van 1947 heeft de Commissie besloten [minderjarige] over te plaatsen naar een Joods gezin te [plaats] , waartegen van de zijde van verdachte en haar zuster [betrokkene 1] ( [betrokkene 1] ) verzet is gerezen. Nadat hierover vergeefs met verdachte was onderhandeld en nadat ook nog het lid onzer Commissie kapelaan […] , - naar hij mij destijds heeft medegedeeld -, verdachte bij een mondeling onderhoud er op had gewezen, dat zij verplicht was om [minderjarige] aan de Commissie af te geven, ben ik op 21 Juli 1947 te [plaats] bij verdachte op bezoek ge weest. Ik heb toen aldaar een onderhoud met verdachte gehad, waarbij ook getuige [verbalisant] aanwezig was; ik heb verdachte daarbij uiteengezet, dat [minderjarige] van overheidswege aan de Commissie was toevertrouwd, dat en waarom de Commissie besloten had [minderjarige] naar het gezin in [plaats] over te plaatsen en dat ik daartoe [minderjarige] kwam halen. Verdachte bleef echter bezwaar maken, waarop ik, - daartoe door gemelde Commissie gemachtigd - van verdachte uitdrukkelijk heb gevorderd om [minderjarige] in mijn gemelde hoedanigheid aan mij af te geven, hetgeen zij toen pertinent heeft geweigerd. Zij gaf bij het onderhoud nog te kennen, dat [minderjarige] op reis was, doch zeide niet waarheen; "

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/eaba58ccf4b72a4d7f431def00d9b674fcea3732b53e9c0dec237ae66c91334b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt eaba58ccf4b72a4d7f431def00d9b674fcea3732b53e9c0dec237ae66c91334b, en de alinea staat in dat document op bytes 12165 tot 14266.