Citaat | Hoge Raad 13 mei 1958
Alinea 122 Hoge Raad 13 mei 1958
Een alinea uit Hoge Raad 13 mei 1958, ECLI:NL:HR:1958:72.
"Nadat mijn medeverdachte in 1955 in de garage van mijn man aan de [b-straat] te [plaats] was komen werken, heb ik een relatie met hem gekregen. Wij gingen veel samen uit en zo ben ik Januari 1956 met hem en [betrokkene 1] enige dagen naar Parijs geweest en daarna is hij uit de garage weggegaan. Na enige maanden zei mijn man, dat ik [medeverdachte] zou gaan vragen weer bij ons terug te komen, hetgeen ik heb gedaan. Nadat mijn man nog bij hem was geweest is [medeverdachte] weer teruggekomen en daarna is de verhouding met hem weer voortgezet. Als ik kwaad was zei ik wel eens over mijn man: "Was hij maar dood." en [medeverdachte] is daarop ingegaan.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e18ecf7390ee225f0c040672cc426f739e3fbd98744d984f3a69c8d30854cb77. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e18ecf7390ee225f0c040672cc426f739e3fbd98744d984f3a69c8d30854cb77, en de alinea staat in dat document op bytes 47017 tot 47684.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/e18ecf7390ee225f0c040672cc426f739e3fbd98744d984f3a69c8d30854cb77 | shasum -a 256