Citaat | Hoge Raad 13 mei 1958

Alinea 123 Hoge Raad 13 mei 1958

Een alinea uit Hoge Raad 13 mei 1958, ECLI:NL:HR:1958:72.

Ik ging vaak met hem uit o.a. naar Bemelen en op een gegeven ogenblik kreeg ik een anonieme brief, waarin wij gewaarschuwd werden niet meer in Bemelen te komen, maar op een andere plek. Ik wist niet wat ik van die brief moest denken en toen ik met [medeverdachte] er over sprak zei hij: "Daar zijn grotten, als we daar komen, worden wij van kant gemaakt". In de werkplaats van mijn man, waar behalve [medeverdachte] dan ook [betrokkene 1] en [getuige 2] waren, is herhaaldelijk gesproken over het van kant maken van mijn man. Op een gegeven dag ben ik met [medeverdachte] naar Luik gegaan om een revolver te kopen, hetgeen niet gelukte, maar een volgende dag ben ik met [medeverdachte] naar Luik teruggegaan en heb ik de thans als stuk van overtuiging hier aanwezige revolver gekocht; er waren 7 scherpe patronen bij. Hij moest dienen om mijn man van kant te maken.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e18ecf7390ee225f0c040672cc426f739e3fbd98744d984f3a69c8d30854cb77. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e18ecf7390ee225f0c040672cc426f739e3fbd98744d984f3a69c8d30854cb77, en de alinea staat in dat document op bytes 47690 tot 48568.