Citaat | Hoge Raad 13 mei 1958

Alinea 149 Hoge Raad 13 mei 1958

Een alinea uit Hoge Raad 13 mei 1958, ECLI:NL:HR:1958:72.

Even na elf uur die avond hebben [betrokkene 2] en ik het café verlaten samen met de verdachten, die zich, terwijl wij in de richting van het huis van [slachtoffer] liepen, in de tegenovergestelde richting begaven. Nadat [betrokkene 2] met een van de voormelde sleutels de voordeur van de woning van [slachtoffer] had geopend, gingen wij tot aan de slaapkamer van [slachtoffer] , welke ik, omdat ik daar bekend was, aan [betrokkene 2] aanwees. [betrokkene 2] heeft enkele malen op de slaapkamerdeur gebonsd, waarna die deur werd geopend. Meteen sloeg [betrokkene 2] met de thans als stuk van overtuiging hier aanwezige knuppel [slachtoffer] , waarna zij elkaar vastgrepen. Toen [slachtoffer] daarna [betrokkene 2] opzij duwde, vuurde ik, erg dicht bij [slachtoffer] staande, een aantal schoten op [slachtoffer] af, waardoor hij werd getroffen, terwijl meteen [betrokkene 2] ook zoals hij later buiten liet zien door een schot in de rechter onderarm werd geraakt. [slachtoffer] ging de slaapkamer in en ik ben met [betrokkene 2] weggevlucht;"

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e18ecf7390ee225f0c040672cc426f739e3fbd98744d984f3a69c8d30854cb77. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e18ecf7390ee225f0c040672cc426f739e3fbd98744d984f3a69c8d30854cb77, en de alinea staat in dat document op bytes 58197 tot 59252.